Vogeltrekvoorspellingsmodel en grenswaarde voor massale vogeltrek
Om tot een efficiënte maatregel te komen is veel kennis nodig over de vogeltrek. Ieder voorjaar en najaar trekken miljoenen vogels over de Noordzee. Wanneer precies trekken de vogels over zee, welke route nemen ze, hoe hoog vliegen ze? Die kennis vormt de basis voor een vogeltrekvoorspellingsmodel. Ook moet er een heldere procedure zijn: wanneer gaat zo’n maatregel in, welke partijen zijn erbij betrokken, hoelang geldt een maatregel, hoe worden betrokkenen geïnformeerd? Allemaal kwesties die helder beschreven moeten zijn. Het project Start/Stop bestaat dan ook uit verschillende onderdelen.
Vogeltrekvoorspellingsmodel
Het vogeltrekvoorspellingsmodel voorspelt welke vogeltrek op hoogte tussen de 25 en 300 meter boven zeeniveau op de Noordzee verwacht wordt en of de vogeltrek al dan niet boven een bepaald niveau (de grenswaarde) zal uitkomen. Het model maakt gebruik van data die speciale vogelradars op zee hebben verzameld en waarop analyses worden uitgevoerd. Daarnaast maakt het voorspellingsmodel gebruik van actuele weersverwachtingen.
Het model wordt ingezet om nachten met grote vogeltrek rond windparken op zee te voorspellen. De periodes van vogeltrek waarin de Minister een besluit tot stilzetten van de windturbines kan afkondigen zijn: in het voorjaar van 15 februari tot en met 15 mei en in het najaar van 20 september tot en met 30 november.

Vogelradar wordt geïnstalleerd op een gasplatform K14, 80 km uit de kust ter hoogte van IJmuiden. Hier is een nieuw windpark, IJmuiden Ver, gepland.
Het lijkt logischer om vogelslachtoffers te voorkomen door ‘realtime stilzetten’ van de turbines: dat wil zeggen het afschakelen van windparken zodra de radar de vogeltrek ziet aankomen. Echter, als er meerdere parken tegelijkertijd worden afgeschakeld, ontstaat er instabiliteit op het energienet. Dat moet voorkomen worden. Daarom is er in dit project gekozen voor een voorspellingsmodel, waarbij een tijdsspanne van 48 uur gehanteerd wordt om eventuele vogeltrek te voorspellen. De windparkeigenaren kunnen daarmee 48 uur van tevoren aan systeembeheerder TenneT hun energieproductie doorgeven. Die 48 uur is de tijd die TenneT nodig heeft om een stabiele energielevering te garanderen.
Vogeldeskundigen
Het project Start/Stop maakt, naast het voorspellingsmodel, gebruik van een groep vogeldeskundigen die dagelijks gedurende de vogeltrekperiode voorspellingen doet. De vogeldeskundigen voorspellen daarbij de kans op grote vogeltrek per dagdeel. Met andere woorden: de vogeldeskundigen valideren met hun voorspellingen de uitkomst van het voorspellingsmodel.
Grenswaarde aantal vogels per kilometer/uur
Het uitgangspunt voor het voorspellingsmodel is een flexibele grenswaarde die aangeeft wanneer er sprake is van massale vogeltrek. De grenswaarde voor het voorjaar van 2026 is vastgesteld op 115 vogels/km/uur. Dit betekent dat wanneer het vogeltrekvoorspellingsmodel inschat dat deze waarde wordt overschreden, de Start/Stop-procedure wordt gestart. Als vervolgens ook de vogeldeskundigen en TenneT positief adviseren kan de minister van Klimaat en Groene Groei een besluit tot stilstand (= minder dan 2 omwentelingen per minuut) van de windturbines op zee nemen.
Om een balans te vinden tussen bescherming van vogels en duurzame energieproductie wordt een maximum aantal uren bepaald waarvoor stilstand kan worden afgekondigd.
Het aantal uren stilstand is in de huidige kavelbesluiten vastgesteld op maximaal 60 uur per jaar, beginnend vanaf de najaarstrek (zie Staatscourant 2026, 2036). Tijdens de najaarstrekperiode van 2025 is er voor 36 uur stilstand afgekondigd. Voor het voorjaar van 2026 is het maximum aantal uur dat een besluit tot stilstand kan worden genomen daarmee 24 uur.