Voor het eerst individuele bruinvissen in de Nederlandse Noordzee gevolgd in pilotproject
Sinds 2023 loopt een pilotproject dat als doel heeft bruinvissen te zenderen. De pilot laat zien dat bruinvissen in het wild gevangen en gezenderd kunnen worden. Tijdens vier veldcampagnes (mei 2024-maart 2026) zijn in totaal vijf bruinvissen voorzien van een satellietzender. Met behulp van de aangebrachte zenders zijn voor het eerst in de Nederlandse Noordzee individuele bruinvissen gevolgd. Daarmee ontstaat een beter inzicht in verplaatsingen, gedrag en het gebruik van de Noordzee en aangrenzende wateren door bruinvissen.
Eerste ervaringen met zenderen
Als voorbereiding op het pilotproject is onderzocht of het technisch en praktisch haalbaar is om bruinvissen in Nederland te zenderen. Er is gekozen voor een methode die in Denemarken is gebruikt om dieren te vangen en (tijdelijk) van een zender te voorzien. Dit houdt in dat een drijvend net wordt uitgezet, waarna een bruinvis met bootjes naar het net wordt geleid. In theorie simpel, maar in de praktijk iets lastiger. Diverse omstandigheden, zoals het weer, aan- of afwezigheid van bruinvissen, stroming en scheepvaart, moeten meewerken om succesvol dieren te kunnen vangen.
Daarnaast speelt ervaring een rol. Drie (Deense en Noorse) experts hebben het vangteam tijdens de veldcampagnes geholpen om hun kennis en ervaring over te dragen. Na een eerste veldcampagne in de beschutte Oosterschelde volgden drie veldcampagnes in de Waddenzee. Tot nu toe zijn acht bruinvissen gevangen, waarvan er vijf zijn gezenderd; twee in de Oosterschelde en drie in de Waddenzee. Twee andere dieren voldeden niet aan de criteria om gezenderd te worden en zijn weer vrijgelaten. In de Waddenzee is ook een dier gevangen dat helaas in het net is verdronken. Deze gebeurtenis leidde tot een grondige evaluatie en vervolgens een aanscherping van het vangprotocol.
Eerste resultaten
Hoewel een beperkt aantal dieren is gezenderd, leveren de ontvangen locatiegegevens van de dieren concrete informatie op over individuele bewegingspatronen en gebiedsgebruik. Zo vertrok één gezenderd vrouwtje vrij snel vanuit de Waddenzee naar de Noordzee en na anderhalve maand richting de Doggersbank, een zandbank onder water op ongeveer 275 kilometer uit de kust noordwest van Den Helder. Een ander dier verbleef drie maanden lang in en rondom de Waddenzee. Het meest recent gezenderde dier vertrok na anderhalve week uit de Waddenzee en ging langs de Nederlandse kust richting het zuiden, waarna zij weer terugkeerde naar het noorden en richting Duitsland zwom.
Concluderend laat de pilot zien dat het mogelijk is om bruinvissen in het wild te zenderen. De verzamelde gegevens laten individuele verschillen in gebruik van de Wadden- en Noordzee zien. In de loop van 2027 loopt de pilot af. Na een evaluatie van het project volgt een beslissing over eventuele voortzetting van het zenderwerk.
Aanleiding en belang
De Noordzee wordt steeds voller en drukker door onder meer intensieve scheepvaart en de aanleg van windparken op zee. Dit kan effect hebben op de populatie bruinvissen. Deze beschermde diersoort gebruikt de Noordzee als belangrijk leefgebied. Nederland is wettelijk verplicht deze soort te beschermen. Om beter te kunnen beoordelen hoe bruinvissen Nederlandse wateren gebruiken, is gedetailleerde informatie over hun (voorkeurs) leefgebied en bewegingen noodzakelijk. Dit inzicht helpt bij het maken van beleidskeuzes voor de verschillende menselijke activiteiten op de Noordzee, zoals de ontwikkeling van windparken.
Meer weten?
Het project wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en het Windenergie op zee ecologisch programma (Wozep) van Rijkswaterstaat/EZK. Het is een samenwerking tussen Wageningen Marine Research, TNO, Aarhus Universiteit en een gespecialiseerde dierenarts.
Meer over het project lees je op de website van Wageningen Marine Research.