Inzicht in de effecten van windparken op de leefomgeving van de bruinvis door akoestische meetnetwerken
Met de bouw van windparken verandert het leefgebied van de bruinvis in de Noordzee. Door de bouwwerkzaamheden veranderen de eigenschappen en niveaus van het geluid onder water, iets waar de bruinvis gevoelig voor is. Mogelijk verandert ook het voedselaanbod in en rond de parken tijdens de operationele fase. In opdracht van Wozep doen WaterProof en Wageningen Marine Research (WMR) sinds 2019 onderzoek met lange-termijn akoestische meetnetwerken om de effecten van de ontwikkeling van windparken op walvisachtigen te onderzoeken. Dit jaar eindigt een periode van vijf jaar dataverzameling in windpark Borssele en start de periode van analyse. Ondertussen is in januari in opdracht van Wozep een nieuw meetnetwerk geplaatst, in windenergiegebied Doordewind, een toekomstig windpark in een heel ander deel van de Noordzee. Al die meetnetwerken helpen om antwoord te krijgen op verschillende onderzoeksvragen waarvan de belangrijkste luidt: is een windpark een geschikt leefgebied voor de bruinvis?
In windpark Borssele worden sinds september 2021 akoestische metingen uitgevoerd op 14 locaties in en rondom het park. Dit zogenoemde Bruinvis Netwerk Borssele bestaat uit hydrofoons - microfoons voor onder water - voor het meten van onderwatergeluid en de aanwezigheid van bruinvissen. Bruinvissen gebruiken hoogfrequent geluid om prooi te vinden, te communiceren en om zich te oriënteren. Het meetnetwerk detecteert deze hoogfrequente geluiden en geeft informatie over de aanwezigheid en activiteit van bruinvissen in het gebied.
Geluid bouw versus geluid operationele fase
Het doel van deze metingen is om te onderzoeken of een operationeel windpark een geschikt leefgebied is voor de bruinvis. Eerder onderzoek, uitgevoerd door TNO, Wageningen Marine Research (WMR) en WaterProof, liet in de bouwfase van het Borssele windpark zien dat bruinvissen tot ongeveer 7 kilometer verstoord werden door het onderwatergeluid tijdens heiwerkzaamheden (pdf, 8.2 MB). In een operationeel windpark zijn de geluidsniveaus veel lager dan in de constructiefase; bij windpark Borssele zien we in een tussentijdse analyse dat de geluidsniveaus binnen het windpark ook lager zijn dan in de omgeving (zie de bruinvis presentaties van de Kennisdag Wozep 2024). Maar geluidsniveaus zijn niet als enige bepalend of een gebied geschikt is als leefgebied voor de bruinvis – er zijn ook andere vormen van verstoring waardoor er bijvoorbeeld verandering is in voedselbeschikbaarheid. In september van dit jaar wordt een periode van vijf jaar data verzamelen afgerond en wordt het meetnetwerk opgeruimd. De onderzoekers gaan vervolgens de metingen in detail analyseren om de onderzoeksvragen over aanwezigheid van bruinvissen in operationele parken, te beantwoorden (publicatie van de resultaten volgt).
Metingen voorafgaand aan bouw nieuwe windparken
Naast metingen tijdens de constructie en de operationele fase van een windpark, is het ook waardevol om nulmetingen te verzamelen in gebieden waar in de toekomst windparken komen. Zodoende kun je de metingen voor en na de constructie met elkaar vergelijken, en kun je de invloed van een windpark beter in kaart brengen. Met deze gedachte zijn er in het toekomstige windenergiegebied Hollandse Kust (west) (HKW), op initiatief van ontwikkelaar Ecowende, al gedurende een jaar voor de start van de bouw nulmetingen gedaan met een akoestisch meetnetwerk vergelijkbaar met dat in windpark Borssele. Met dit netwerk wordt, nu de bouwfase is gestart, onderzoek gedaan naar de effecten van de bouw van dit windpark. Vervolgens wordt er nog vijf jaar data verzameld in de operationele fase.
De geplande locaties voor toekomstige windparken liggen steeds verder op zee. Dit betekent dat de omgevingsgeluiden onder water anders zijn en dat we in het onderzoek rekening moeten houden met de aanwezigheid van andere walvisachtigen, zoals de witsnuitdolfijn, tuimelaar en dwergvinvis. Dit was één van de redenen om vanuit Wozep in januari 2026 een akoestisch meetnetwerk te plaatsen in het gebied waar in de toekomst windpark Doordewind gebouwd wordt. Een andere belangrijke reden is dat dit windpark in een veel stiller deel van de Noordzee ligt en waarschijnlijk meer representatief is voor parken verder op zee. Doordewind wordt aangelegd ten noorden van het huidige Gemini-windpark aan de grens met Duitsland. De komende drie jaar verzamelen WaterProof en WMR er op zes locaties in dit gebied metingen om inzicht te krijgen in de onderwatergeluidsniveaus en de aanwezigheid van walvisachtigen. De focus komt opnieuw te liggen op de meest voorkomende walvisachtige in de Nederlandse Noordzee, de bruinvis, maar binnen dit project wordt ook gekeken naar de aanwezigheid van andere walvisachtigen. Het meetnetwerk zal inzicht geven in het voorkomen van deze soorten in dit deel van de Nederlandse Noordzee en in de mogelijke invloed van onderwatergeluid op de kwaliteit van hun leefomgeving. Ook kunnen de metingen worden gebruikt als nulmeting ter vergelijk met metingen in de constructie- en operationele fase van het windpark en andere toekomstige windparken.
Inzicht leefomgeving walvisachtigen
Met de akoestische meetnetwerken in het operationele windpark Borssele, het in aanbouw zijnde Hollandse Kust (west) en het toekomstige windpark Doordewind vullen we belangrijke kennisleemtes in de ecologische effecten van de ontwikkeling van wind op zee op zeezoogdieren. Met de recente toevoeging van het netwerk in het toekomstige Doordewind-gebied kunnen we al ruim vóór de aanleg van dit park waardevolle inzichten krijgen in de lokale leefomgeving van walvisachtigen. Dankzij de drie meetnetwerken krijgen we bovendien een goed en representatief beeld van de variëteit in de aanwezigheid en activiteit van bruinvissen en andere walvisachtigen in de Nederlandse Noordzee.