Netwerkanalyse Noordzee 2025 brengt scheepvaart in beeld
De Netwerkanalyse Noordzee voor 2025 staat online. In opdracht van Rijkswaterstaat heeft onderzoeksinstituut MARIN sinds 2021 elk jaar de ontwikkelingen van de scheepvaart op de Noordzee in kaart gebracht.
De netwerkanalyses kennen veel gebruikers. Naast MOSWOZ en onderdelen van Rijkswaterstaat zijn dit bijvoorbeeld de Kustwacht, de zeehavens en zeevaartscholen. MOSWOZ gebruikt de resultaten van de Netwerkanalyse om verschillende redenen. Denk aan het verkrijgen van inzicht in scheepvaartbewegingen in en rondom windparken of aan het voeden van het SAMSOM-model waarmee Rijkswaterstaat aanvaringskansen op de Noordzee berekent.
Scheepsbewegingen en trends
In 2025 zijn op het Nederlandse deel van de Noordzee in totaal 247.279 scheepsbewegingen waargenomen. Binnen de drie belangrijkste deelgebieden grenzend aan de kust nam het aantal scheepsbewegingen met ongeveer 1% toe (figuur i-1 in het rapport). Het totale aantal scheepsbewegingen is ongeveer gelijk aan dat van 2024.
De verschuiving in het gebruik van het verkeersscheidingsstelsel (VSS), de internationale ‘snelwegen’ op zee, zet door. Schepen kiezen vaker de diepwaterroute van West-Friesland VSS. De diepwaterroutes zijn geschikt voor schepen met een grote diepgang.
Onmanoeuvreerbare schepen en inzet ERTV’s
In 2025 meldden 120 schepen zich bij de Kustwacht als (tijdelijk) onmanoeuvreerbaar. De meeste van deze drifters waren buitenlandse koopvaardijschepen. Eén keer is een ERTV (noodhulpsleper) ingezet om een sleepverbinding te maken met een op drift geraakt schip, namelijk bij olietanker Eva Schulte. 12 schepen gebruikten het anker om tot stilstand te komen.
De ERTV’s zijn in totaal 35 keer ingezet, met pieken in de herfst en winter en een dal in de zomer. Bij 7% van de incidenten is een sleepverbinding gemaakt. Dit betekent dat incidenten meestal op een andere manier worden opgelost.
Gebruik van ankergebieden en doorvaart windparken
Schepen moeten soms wachten in ankergebieden voordat ze verder varen. In 2025 nam het totale aantal schepen dat de ankergebieden gebruikt iets af. Er werd wel efficiënter gebruik gemaakt van deze ankergebieden.
In windpark Borssele daalde het percentage doorvaarten met 11% (-116), terwijl Hollandse Kust (zuid) juist een toename van 22% liet zien (+629). In Hollandse Kust (noord) nam het bestemmingsverkeer toe. In Offshore Windpark Egmond aan Zee (OWEZ) was er sprake van een daling van het bestemmingsverkeer. In paragraaf 8.4.3 van het rapport staat achtergrondinformatie over de genoemde veranderingen en cijfers.
Vaargedrag en het weer
Een belangrijke conclusie over het vaargedrag is dat de scheepvaart gebruik maakt van de ruimte die er is en bij gebrek aan ruimte binnen veilige grenzen blijft. Vanaf windkracht 6 en een golfhoogte groter dan 3 meter kwamen schepen bij de diepwaterroute en windpark Hollandse Kust (zuid) wel buiten de verkeersbanen. Bij de diepwaterroute West-Friesland is dat toegestaan, omdat er langs die route nog geen windparken zijn gebouwd. Bij Hollandse Kust (zuid) ging het vooral om bulkschepen, die extra ruimte nodig hadden.
Vervolg van monitoring
De Netwerkanalyse Noordzee 2025 is de laatste netwerkanalyse van MARIN in een reeks van vijf jaar. De monitoring krijgt een vervolg, maar in welke vorm is nog niet bekend. Wilt u op de hoogte blijven? Blijf abonnee of schrijf u nu in voor onze nieuwsflits. De Netwerkanalyse Noordzee 2025 vindt u op het Noordzeeloket onder Algemeen in het rapportenoverzicht.