Samenwerking Noordzeelanden
De overkoepelende thema’s in het beleid voor de Noordzee zijn ruimtelijke planning, de goede milieutoestand en de zorg voor een goede balans tussen enerzijds de functies en het gebruik en anderzijds de draagkracht van het Noordzeesysteem.
De landen rondom de Noordzee beheren allemaal hun eigen deel van de Noordzee. Daarbij hebben zij veelal dezelfde belangen. De zee en de levende natuur zijn niet aan grenzen gebonden. Daarom moeten de Noordzeelanden hun beleid, beheer en gebruik goed op elkaar afstemmen, binnen de mondiale en Europese kaders. Daarnaast is het van meerwaarde dat deze landen bredere samenwerking zoeken, kennis delen, een gemeenschappelijke visie op het Noordzeebeleid ontwikkelen en samen indicatoren ontwikkelen voor een grensoverschrijdende monitoring van het Noordzeesysteem.
Greater North Sea Basin Initiative (GNSBI)
Activiteiten op zee zijn nauw met elkaar verbonden: beslissingen in één sector of land kunnen verstrekkende positieve of negatieve gevolgen hebben voor andere sectoren, buurlanden en het algehele ecologische evenwicht van de Noordzee. Het realiseren van onze gezamenlijke ambities voor de Noordzee vereist een sectoroverschrijdende en internationale aanpak.
Om deze complexiteit aan te pakken, is in 2023 het Greater North Sea Basin Initiative (GNSBI) opgericht, waaraan alle negen landen die grenzen aan het Grotere Noordzeegebied deelnemen: België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Nederland, Noorwegen, Zweden en het Verenigd Koninkrijk.
Dit initiatief, ondersteund door de Europese Commissie, biedt een regionaal platform voor het geïntegreerde en gecoördineerde gebruik van de zee, en brengt belanghebbenden uit verschillende sectoren en landen samen.
GNSBI streeft ernaar de afstemming van maritieme ruimtelijke planning te verbeteren, beheerprocessen te versterken en te stroomlijnen, en de coördinatie tussen sectorale belangen te versterken. Door samenwerking op bekkenniveau te bevorderen, wil het initiatief optimaal en duurzaam gebruik van onze gedeelde zee mogelijk maken, terwijl het mariene ecosysteem van de Grotere Noordzee wordt beschermd en verbeterd.
North Seas Energy Cooperation
Op het hoogste politieke niveau organiseren voeren de Noordzeelanden van tijd tot tijd een ambtelijk voorbereide Noordzeeministersconferentieoverleg over Noordzeeaangelegenheden. Binnen de North Seas Energy Cooperation (NSEC) werkt Nederland samen met België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Luxemburg, Noorwegen, Zweden en de Europese Commissie aan het faciliteren van de offshore energietransitie op de Noordzee, onder andere middels een driejarig werkprogramma, dat in verschillende internationale werkgroepen wordt uitgevoerd.
Ruimtelijke planning en ecologie zijn permanent aandachtspunten van overleg en samenwerking. Het Verdrag van Bonn bijvoorbeeld gaat over de bescherming van migrerende diersoorten en de Bonn Oovereenkomst over samenwerking bij het bestrijden van milieuverontreiniging (olie) als gevolg van incidenten en calamiteiten.
De Noordzeelanden werken de EU-Richtlijn Maritieme Ruimtelijke Planning gezamenlijk grensoverschrijdend uit. Dat gebeurt in het North Sea Region Maritime Spatial Planning Platform.
OSPAR, ASCOBANS en AEWA
De Oslo-Parijs Conventie (OSPAR) beschermt het mariene milieu in het gehele Noordoost-Atlantische gebied. In de praktijk gaat dat grotendeels via de nationale uitwerking van de verplichtingen van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie.
Voor de bescherming van kleine walvisachtigen en migrerende watervogels zijn in de regio twee overeenkomsten gesloten. De eerste, ASCOBANS, beschermt kleine walvisachtigen in de Oostzee, de Noordoost-Atlantische Oceaan, de Ierse Zee en de Noordzee. De tweede, AEWA, heeft tot doel het behouden of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van watervogels die tussen Afrika en Europa trekken.
Verdragen van Bonn en Bern en het Espoo-verdrag
Trilateraal hebben Nederland, Denemarken en Duitsland onder het mondiale Verdrag van Bonn de Overeenkomst Zeehonden Waddenzee gesloten.
Een bredere doelstelling heeft het Verdrag van Bern dat is gesloten om in álle Europese mariene wateren alle in het wild voorkomende dier- en plantensoorten én hun natuurlijke leefmilieus in stand te houden.
Het Espoo-verdrag tot slot verplicht de kuststaten in de NO-Atlantische regio tot het uitwisselen van milieueffectrapportages voor grensoverschrijdende activiteiten en/of de mogelijke effecten daarvan. Het verdrag geeft ook bepalingen voor het voorkomen van afwenteling van die effecten.