De toekomst van scheepvaartveiligheid: de Noordzee in 2050
Hoe ziet de Noordzee eruit in 2050? En wat betekent dat voor de scheepvaartveiligheid van de toekomst? Een nieuwe studie in opdracht van het Directoraat-Generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken schetst verschillende mogelijke toekomstbeelden. Deze scenario's kunnen MOSWOZ helpen om toekomstig risicobeleid te onderbouwen.
De studie richt zich op de risico's voor de scheepvaartveiligheid: de kans op incidenten zoals aanvaringen, aandrijvingen, brand, explosies, zinken of schepen die vastlopen op de bodem.
Vier mogelijke toekomstscenario’s voor 2050
Het onderzoeksrapport beschrijft vier toekomstscenario’s: ‘Veiligste vaart’, ‘Behouden vaart’, ‘Op wacht’ en ‘Alle hens aan dek’. De scenario’s verschillen sterk van elkaar. Zo blijft de Noordzee in het scenario ‘Veiligste vaart’ nog overzichtelijk voor de scheepvaart. In dit scenario worden er weinig windparken bijgebouwd, zijn er weinig incidenten en blijft de schade beperkt wanneer er tóch iets misgaat. Het meest zorgelijke scenario is ‘Alle hens aan dek’. Dat beschrijft een Noordzee die bijna volgebouwd is, met een enorme verkeersdrukte, veel extreem weer, enzovoort. Dit scenario gaat uit van een grote kans op incidenten met grote gevolgen voor de scheepvaartveiligheid.
Kritieke onzekerheden zijn bepalend voor de toekomst
De scenario's zijn gebaseerd op ontwikkelingen die onzeker zijn, maar grote invloed kunnen hebben op de toekomstige scheepvaartveiligheid. Het rapport noemt die ontwikkelingen ‘kritieke onzekerheden’. Worden de ambities voor wind op zee bijvoorbeeld waargemaakt of komen er minder windparken bij dan nu gedacht? Alleen die ontwikkeling heeft al grote invloed op de toekomstige risico's. Als alle geplande windparken er komen, is er meer kans op aanvaringen met windturbines. Ook is er dan minder ruimte op zee en hebben schepen minder mogelijkheden om voor anker te gaan door de kabels en leidingen naar wal. Bovendien leidt het werkverkeer voor de bouw en het onderhoud van de windparken tot extra drukte.
Zo zijn er meer kritieke onzekerheden, zoals de groei van het scheepvaartverkeer, hoe vaak er extreem weer optreedt, welke brandstoffen schepen gebruiken en hoe groot de dreiging van cyberaanvallen is.
‘Dit is een heel belangrijke studie. We proberen in te schatten hoe de toekomst eruitziet om voorbereid te zijn op wat er kan gebeuren.’
Carien Droppers, adviseur nautische veiligheid
Voorbereid zijn op wat er kan gebeuren
Carien Droppers, adviseur nautische veiligheid bij team MOSWOZ, nam deel aan de workshops om invulling te geven aan de toekomstscenario’s en die ook te beoordelen. ‘Dit is een heel belangrijke studie’, zegt Droppers. ‘We proberen in te schatten hoe de toekomst eruitziet om voorbereid te zijn op wat er kan gebeuren.’ Ze vergelijkt de toekomstscenario’s met de klimaatscenario’s van het KNMI. ‘Elk scenario heeft positieve of juist negatieve gevolgen, in dit geval voor de scheepvaartveiligheid op de Noordzee – ook in en rond windparken.’
Scenariodenken als basis voor toekomstig risicomanagement
De studie ondersteunt de ontwikkeling van het risicomanagement op de Noordzee en geeft invulling aan het advies van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid om gebruik te maken van scenariodenken.
‘We gaan de studie binnen MOSWOZ gebruiken bij de ontwikkeling van het risicomanagementproces’, licht Droppers toe. ‘Om de ontwikkeling van risico’s voor de scheepvaart op de Noordzee goed te managen, heb je niet alleen kennis nodig van het verleden en van wat er nu gebeurt. Je moet ook rekening houden met de toekomst.’
Voor Droppers zou het ideaal zijn als MOSWOZ de kritieke onzekerheden gaat volgen, omdat die zo belangrijk zijn voor de scheepvaartveiligheid. ‘Zo kun je tussentijds bijsturen. Misschien worden sommige nieuwe brandstoffen in de toekomst nauwelijks gebruikt, maar gaat de automatisering van de zeescheepvaart sneller dan gedacht. We kunnen de toekomst niet voorspellen, maar weten nu wel beter welke ontwikkelingen de moeite waard zijn om te volgen.’
De methoden achter de scenario's
Er zijn twee methodes gebruikt om tot realistische toekomstscenario’s te komen: een morfologische methode en een assenkruis-methode. De morfologische methode ziet eruit als een mengpaneel van kritieke onzekerheden. Het assenkruis is een hulpmiddel om de grote hoeveelheid mogelijke toekomstscenario’s op een samenhangende manier in groepen te verdelen.
Het mengpaneel en het assenkruis zijn stap voor stap ingevuld in samenwerking met experts en belanghebbenden. Eerst is een verkennende studie uitgevoerd naar de ontwikkeling van risico's op de Noordzee en hoe daarmee kan worden omgegaan. Daarna is onderzoek gedaan naar de kritieke onzekerheden. Experts hebben de scenario's tijdens workshops gezamenlijk uitgewerkt en beoordeeld.