Offshore wind farm effects on Common guillemots (Uria aalge) in the Netherlands – Part A
Op deze pagina vindt u een samenvatting van het onderzoek met uitleg over hoe de resultaten gebruikt worden. U kunt ook direct doorklikken naar het rapport:
Wozep draagt bij aan kennisontwikkeling van de ecologische effecten van windenergie op zee, waaronder effecten van habitatverlies op kust- en zeevogels van habitatverlies door de vermijding van windparken. De afgelopen jaren zijn diverse onderzoeken gepubliceerd die wisselende verstoringsafstanden (de dieren worden vanaf een bepaalde afstand verstoord, dat wil zeggen dat er sprake is van vermijding, met verlies van potentieel habitat als gevolg) door windparken rapporteren voor de zeekoet, een van de soorten die wordt gezien als kwetsbaar voor effecten van windenergie op zee. Een aanvullende analyse op basis van Nederlandse monitoringsdata, vergelijkbaar met Duits onderzoek van Peschko et al., kan meer inzicht geven in de verstoringsgevoeligheid van zeekoeten voor bestaande Nederlandse windparken. Dat geeft vervolgens meer inzicht in het effect van vermijding, wat kan leiden tot habitatverlies en eventueel barrièrewerking. Daarmee kunnen uiteindelijk de populatie-effecten voor de zeekoet beter in kaart worden gebracht. In dit project is een eerste stap gemaakt of de aanwezige Nederlandse data voldoende geschikt is voor een dergelijke analyse.
Aanleiding onderzoek
In 2024 toonden Peschko et al., op basis van data van een groot aantal Duitse windparken, in de Duitse Noordzee een verstoringsafstand van 19.5 kilometer aan voor de zeekoet. Enkele Nederlandse studies rapporteren verstoringsafstanden tussen de 2 en 12 kilometer, maar waren niet op opgezet om verstoringsafstanden op grotere afstanden aan te tonen. Gezien de beperkte beschikbare ruimte op de Noordzee is meer inzicht nodig in deze verstoringsafstanden van de zeekoet op bestaande windparken in het Nederlandse deel van de Noordzee. Daarom is Peschko gevraagd een haalbaarheidsstudie uit te voeren om te onderzoeken of er voldoende monitoringsgegevens beschikbaar zijn van zeekoeten in/nabij windparken op het NCP om een vergelijkbare analyse voor de Nederlandse Noordzee uit te voeren.
Uitkomsten
De conclusie van de haalbaarheidsstudie is dat er in het algemeen een goede ruimtelijke en temporele dekking is van monitoringsgegevens van zeevogelverspreiding op de Nederlandse Noordzee en daarmee voldoende input geeft voor een Before–After-Control–Impact (BACI)-analyse van de effecten van offshore windparken op zeekoeten in Nederlandse wateren. Wel wordt benadrukt dat er alleen data over vermijding beschikbaar zijn van windparken dicht bij de kust omdat er verder op zee nog geen gerealiseerde parken zijn met langjarige data zijn.
Daarnaast wordt benadrukt dat elke onderzoeksmethode (boottellingen, vliegtuigtellingen met waarnemer en vliegtuigtellingen high definition camera’s) haar eigen beperkingen kent. Voor het vervolg, waarin gegevens uit deze verschillende survey-methoden zullen worden gecombineerd, dient rekening te worden gehouden met deze methodologische beperkingen. In hoeverre het samenbrengen van deze datasets dan ook echt mogelijk is wordt duidelijk wanneer in een vervolgproject alle ruwe datasets beschikbaar worden gemaakt als voorbereiding op de analyse.
Tot slot wordt aangegeven dat het waardevol kan zijn om ook gegevens uit buurlanden te gebruiken. Daarbij wordt specifiek naar België verwezen als interessante dataset, waar dicht nabij het Nederlandse windpark Borssele sinds 2009 ook boottellingen in en rond de Belgische offshore windparken worden verzameld.
Gebruik
Op korte termijn wordt o.a. door Wozep gestart met het bijeenbrengen en structureren van alle relevante ruwe datasets. Deze integrale dataverzameling is noodzakelijk om de kwaliteit, volledigheid en vergelijkbaarheid van de gegevens te beoordelen en om te bepalen welke windparken en welke monitoringsmethoden daadwerkelijk in de BACI-analyse kunnen worden opgenomen. Daarnaast zal contact worden gelegd met de onderzoekers in België om de daar aanwezige data te kunnen integreren in de voorziene analyse om de ruimtelijke dekking te vergroten. Zo wordt de bruikbaarheid en kwaliteit van het uiteindelijke resultaat geborgd voor gebruik.
In de vervolgfase wordt ook de analyse zelf uitgevoerd om verstoringsafstanden voor de zeekoet door bestaande Nederlandse windparken (en nabijgelegen Belgische wateren) te kwantificeren. Deze toekomstige resultaten zullen gebaseerd zijn op parken die relatief dicht bij de kust liggen. Voor windparken verder op zee kunnen de ecologische omstandigheden aanzienlijk verschillen. Daarom zal er extra aandacht zijn voor de beoordeling en toepasbaarheid van de verstoringsafstanden uit de uit te voeren analyse voor verre offshore locaties en hoe deze zich verhouden tot de internationaal berekende verstoringsafstanden zoals die uit Duitsland.
Wel wordt verwacht dat de toekomstige resultaten een beter inzicht geven in verstoring rond huidige Nederlandse windparken en de doorvertaling naar andere omstandigheden. Daarmee levert dit vervolg belangrijke inzichten in het begrijpen van vermijdingseffecten.