Using sensitivity scoring to identify marine bird species for KEC assessments & Assessing the vulnerability of marine bird species to offshore wind farms using a sensitivity scoring framework
Op deze pagina vindt u een samenvatting van het onderzoek met uitleg over hoe de resultaten gebruikt worden. U kunt ook direct doorklikken naar de rapporten:
ZV.13a Using sensitivity scoring to identify marine bird species for KEC assessments (pdf, 1.6 MB)
Wozep resultaten zijn input voor het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC) waarmee cumulatieve ecologische effecten van windenergie op zee (WOZ) gekwantificeerd wordt. Voor kust- en zeevogels beoordeelt het KEC een specifiek aantal soorten: de soorten die als meest kwetsbaar voor de effecten van WOZ worden gezien. Omdat de lijst met deze soorten is vastgesteld in 2014, is de lijst verouderd en is een herziening noodzakelijk. Daarnaast is er de behoefte aan een transparante methodiek om als onderdeel van de KEC-cyclus ook de keuze voor de soorten goed te blijven onderbouwen. Daarom heeft Wozep aan Wageningen Marine Research de opdracht gegeven om een methodiek te ontwikkelen die op basis van de meest recente kennis de kust- en zeevogelsoorten in beeld brengt waarvan het waarschijnlijk wordt geacht dat ze bovengemiddelde populatie-effecten ondervinden van de aanwezigheid van (toekomstige) windparken op zee. Deze soorten worden vervolgens meer in detail beoordeeld in het KEC. Daarnaast zijn dit de soorten waarop de focus van het Wozep-vogelonderzoek ligt. Een eerste versie van deze methodiek is inmiddels ontwikkeld en toegepast.
Aanleiding onderzoek
De lijst met soorten die tot nu toe in het KEC worden beoordeeld is gebaseerd op een analyse van Leopold et al. uit 2014. Sindsdien is het aantal gebouwde en geplande windparken sterk toegenomen. Ook zijn andere drukfactoren op de Noordzee in omvang toegenomen en zijn de natuurlijke omstandigheden mogelijk veranderd. Daarnaast zijn de verspreiding en de populatieomvang van een aantal soorten gewijzigd. Tot slot is de kennis over de effecten van windenergie op zee sterk toegenomen. Deze redenen zijn aanleiding geweest om de soortenlijst van kust- en zeevogels te herzien en daarnaast meteen een selectiemethodiek te ontwikkelen die vervolgens kan worden toegepast in elke nieuwe KEC-cyclus.
Resultaten
Binnen deze opdracht is er een gevoeligheidsindex ontwikkeld voor kust- en zeevogelsoorten in relatie tot WOZ. Deze combineert individuele kwetsbaarheden van de drukfactor ‘windenergie op zee’ aan de hand van primaire en secundaire factoren (zoals tijd doorgebracht op rotorhoogte en verstoringskans) met soortspecifieke gevoeligheidsfactoren (zoals beschermingsstatus, volwassen overleving en vruchtbaarheid) om zo tot een gevoeligheidsscore te komen. De index is vervolgens toegepast op een viertal nog niet eerder in het KEC beoordeelde kust- en zeevogelsoorten die door vogelexperts zijn geselecteerd als potentieel kwetsbaar voor toekomstige WOZ-ontwikkelingen. Daarnaast zijn enkele (eerder) in het KEC-beoordeelde soorten zoals jan-van-gent en zwarte zee-eend met deze methode gescoord. De methode is daarmee in totaal toegepast op 11 soorten kust- en zeevogelsoorten, waarbij voor iedere soort een aanvaringsgevoeligheidsscore, habitatverliesgevoeligheidsscore en soort-gevoeligheidsscore is bepaald. De combinatie daarvan leidt tot een totale gevoeligheidsscore van die soort.
De methodiek maakt een goed onderbouwde inschatting van de gevoeligheid van kust- en zeevogelsoorten voor (toekomstige) windparken op zee. Opvallend in de resultaten is dat de zwarte zee-eend en eider een hogere totale gevoeligheidsscore krijgen dan de jan-van-gent, terwijl de zwarte zee-eend en eider niet in het huidige KEC worden beoordeeld, in tegenstelling tot de jan-van-gent.
Er wordt aangegeven dat dit verschil er is omdat de methodiek nu geen expliciete ruimtelijke overlap, van het voorkomen van de soorten met de plaats van de windparkgebieden, meeneemt. De auteurs geven aan dat de ruimtelijke overlap in ieder geval in het KEC plaatsvindt. Daarnaast is er voor sommige soorten niet genoeg data om deze vergelijking goed te maken. Echter wordt er voor zwarte zee-eend en eider geen overlap met toekomstige windparken verwacht door de kust-gebonden levenswijze van deze soorten.
Gebruik
De conclusie van dit onderzoek is dat de ontwikkelde methodiek een goede basis biedt voor het in cyclus kunnen toetsen van de soorten die in het KEC worden beoordeeld. Echter, toevoeging van de ruimtelijke overlap wordt gezien als essentiële vervolg stap in het toepassen en gebruiken van de methodiek voor de selectie van soorten voor in het KEC voorafgaand aan de berekening. Er zijn daarom enkele vervolgstappen noodzakelijk voordat de methodiek ook daadwerkelijk toegepast kan worden, waarvan het incorporeren van deze ruimtelijke component de belangrijkste is. Dit zal in een vervolgopdracht worden uitgewerkt.